25/06

Wat moet je toch met al die boeken?

Lees mij, en ik zal altijd bij je blijven.

Ik woon in een bibliotheek. Dat wilde ik als kind al, en ziedaar: het is me gelukt. Eigenlijk was het een koud kunstje, want mijn ouders hebben het mij voorgedaan. Hoewel ik een bèta-opleiding heb gehad, wist ik toch nog twee moderne talen in mijn vakkenpakket te proppen: Duits en Engels. En omdat je in mijn tijd (sprak oma) nog moest lezen, zat ik met een literatuurlijst van minstens 90 titels opgescheept: 40 voor Nederlands en 25 voor elke andere moderne taal. Ik wilde daar juist aan beginnen, toen ik ontdekte dat ik het meeste werk al achter de rug had. Ik had mijn hele jonge leven al lustig in de mij omringende boekenkasten gegrasduind, en omdat niemand me ooit had uitgelegd wat literatuur was en wat niet, had ik met veel plezier gewoon álles gelezen. Nou ja: bijna alles. Ik heb altijd een broertje dood gehad aan Jules Verne. Die heb ik overgeslagen.

Stille metgezellen
In die tijd waren boeken nog van papier. Ze waren fysiek in je omgeving aanwezig als een soort stille, maar betekenisvolle metgezellen. Je pakte ze op, je bladerde erin, je zette ze terug of je las erin. En als ze in de kast stonden, met hun rug naar je toe, wist je toch dat ze er waren. En in mijn huis is dat nog steeds zo. Geen e-reader voor mij.

Ziel
Een vriend van mij, die niet gelooft dat hij een ziel heeft, noemt zijn boeken zijn ‘externe ziel.’ Dat is grappig want ik, even zielloos als hij, noem ze de ‘aardlagen van mijn ziel.’ Want elk boek dat je leest, voegt iets aan je toe, positief, negatief, maar meestal van alles wat. En als je het dan later herleest, merk je dat je ineens een ánder boek in je handen hebt dan toen, omdat je zelf veranderd bent.

Lees mij
En daarom zijn papieren boeken zo leuk, en moet je ze vooral bewaren. Zodat je, als je door je huis loopt, hier en daar een rug ziet die je plotseling confronteert met een emotie of een herinnering. En dan kun je dat boek pakken, het papier en de inkt ruiken, de woorden lezen, en terugkeren naar die emotie of die herinnering. Of ontdekken dat je het nu allemaal ánders ziet. Bij een e-boek heb je dat niet. Dat staat niet met een herkenbare rug te wachten tot je oog erop valt. Dat moet je actief gaan opzoeken als je ooit een tweede of derde kennismaking wenst. En de kans daarop is klein, want je wordt nergens door op dat idee gebracht.

En dus staan ze daar. Al mijn boeken, nieuw en oud. Al mijn stille metgezellen. Sommige éénmaal gelezen, andere wel zes keer. Mijn blik glijdt elke dag over ze heen, en soms wil er één opgepakt, opengeslagen en herlezen worden. Maar zelfs als ze daar alleen maar staan, laten ze zien uit welke aardlagen mijn ziel (die niet bestaat) is opgebouwd.


Categorie: