04/07

Tante Mikmak toevalt een bal

Toeval bestaat. Maar je moet het wel weten te vinden.

Als ik een heks was, dan zou ik een soort Madam Mikmak wezen. Een rommelhutje, een kat, een hulpvaardige inborst, maar ook een grote bereidheid om sufferds in wijngaardslakken te veranderen (heerlijk met kruidenboter).

Maar goed. De oertijd. Mijn mikmakkerige talenten waren doorgedrongen tot mijn oudste nichtje. Zij en haar zusjes lieten het kiezen van verjaardagscadeautjes doorgaans maar gewoon aan mij over, want ik scheen de spijker meestal wel op de kop te slaan. Dat komt vast doordat ik zelf nooit echt volwassen ben geworden. Maar deze keer was dat anders.

Zij wilde namelijk iets wat niemand kon vinden: een balanceerbal zoals die in circussen worden gebruikt. Ik was zeer vereerd omdat ze impliceerde dat ik zo’n ding vast wél kon vinden, maar het legde een enorme druk op mijn tantelijke schouders. Maar tja, mijn nichtje was geen verwend mormel; ik wist dat deze wens méér was dan een bevlieging. En bovendien ben ik er heilig van overtuigd dat ieder kind minstens éénmaal in zijn leven moet ervaren dat wonderen zomaar kunnen gebeuren. Dat beïnvloedt je kijk op het leven. Dus ik stroopte mijn mouwen op, en begon te toveren. Of liever gezegd: te toevallen.

Het was – zoals al gezegd – in de oertijd, toen internet nog niet van de grond was gekomen. Ik pakte het telefoonboek van Amsterdam, en dacht diep na. Onder welke kop vind je balanceerballen? Niet onder de B van balanceerballen. Niet onder de C van circusartikelen. Niet onder de S van sportartikelen. Vooral de lijst met ‘sportartikelen’ was ellenlang. En je weet hoe dat gaat: je weet pas dat je aan het eind van de lijst bent, zodra je een ander lemma tegenkomt.

En dat was… Spotlight Circusartikelen.
Ik belde.

Helaas: ze hadden geen balanceerballen. Maar ze konden me de naam geven van een bedrijf dat ze wél verkocht.
Ik belde.

Ja, deze keer was het raak: dit bedrijfje verkocht balanceerballen, massieve dwergplaneetjes met een enorm gewicht.

‘Maar die bezorgen jullie toch zeker wel?’
‘Ja, binnen een straal van 20 kilometer van ons bedrijf.’
‘Waar zitten jullie dan?’
‘In Zwolle.’

Mijn nichtje woonde in Heino, 18 kilometer van Zwolle.

Het enige wat Tante Mikmak helemaal zelf moest opknappen, was betalen. Helaas was er niemand die geheel toevallig ruim 500 gulden door haar brievenbus propte of vanuit een vliegtuig op haar hoofd liet vallen. Ze kon zich die bal eigenlijk helemaal niet veroorloven, maar als je een wonder wilt bewerkstelligen, moet je niet lullig doen.

Ik heb het vaker gezegd: toeval bestáát. En ik ben een soort bliksemafleider voor toevalligheden. Ze moeten altijd mij hebben. Maar dat komt gewoon doordat ik altijd wel iets doe om ze naar me toe te lokken. Geef je de moed op, of pak je het telefoonboek van Amsterdam? Daar zit hem de kneep.

Mijn grootste cadeau was niet de bal zelf. Ik wilde mijn nichtje de wetenschap geven dat je liefste wensen soms zomaar ineens uit kunnen komen. En ook dat je niet moet opgeven, en dat iedereen kan toevallen. Zelfs ontzettend waardeloze tantes. En volgens de ongeschreven wetten wan het tanteschap bén ik echt waardeloos: ik vergeet verjaardagen, ik houd niet bij hoe oud mijn achternichtjes en -neefjes zijn. Maar dat zegt niks.

Als er getoevald moet worden, zal ik er voor ze zijn.
Toevallig.

 


Categorie: