21/06

Het spook met de afstandsbediening

‘Waar heb je de afstandsbediening neergelegd, schat?’ ‘Nou, zo’n 150 miljoen kilometer verderop.’

Vrienden van mij vonden dat ik een nieuwe televisie moest hebben. Ik vond van niet, maar volgens hen kón zo’n dik beeldbuisje echt niet meer, en bovendien, wat was hij kléín! Nou ja, dan wilde ik wel een flatscreen voor mijn verjaardag, maar toch echt (alsjeblieft) een kleintje. Ik word ontzettend somber van die enorme schermen.

De televisie kwam er. Beschaafd. Klein. Plat. Wel jammer dat er geen kat op kon liggen, maar je kan niet alles hebben.

Na een maand of wat kreeg het ding kuren. Ik werd op een ochtend wakker van een vrolijk gesprek in de huiskamer. Ik ging eens kijken, en zag dat de televisie aan stond. Ik zette hem uit. Toen ik me omdraaide om verder te slapen, floepte hij weer aan. Ik zette de stand-by uit.

De volgende ochtend werd ik wéér wakker van de televisie. Daarna een paar dagen niet. En toen weer wel, maar op een later tijdstip.

Ik vroeg me af wat de oorzaak was. Was er een buurman met eenzelfde televisie die per ongeluk mijn toestel aanzette met zijn afstandsbediening? Het leek me niet logisch. Ik woon aan het eind van een galerij, en heb dus maar drie buren: één links, één boven en één onder. Er zitten dikke lagen gewapend beton tussen ons in. En bovendien: waarom dan alleen ’s ochtends? Zat er ergens een los contactje? Een contactje met een ochtendhumeur? Ik snapte er niks van.

Maar na een poos hield het verschijnsel op, en bleef de televisie netjes uit.

Ik meende al van het spook verlost te zijn, toen het gedoe opnieuw begon. Gedurende enkele weken floepte de tv weer uit eigen beweging aan. Niet elke ochtend, maar vaak genoeg om irritant en raadselachtig te zijn.

Intussen had ik mijn verhaal natuurlijk aan buren en kennissen verteld, en de meesten kwamen tot de conclusie dat er een geest in het spel was. ‘Maar geesten bestaan niet,’ wierp ik tegen. Nou… dat zag ik helemaal verkeerd! Want een oom van een tante van een achternicht van een kennis had eens meegemaakt…

Op een stralende lente-ochtend was het wel héél erg. Ik zat onuitgeslapen en chagrijnig op de bank, en probeerde de televisie uit te zetten. Maar het ding reageerde totaal niet op de afstandsbediening. Ik ging er vlak voor staan, en ja hoor: nu werkte de afstandsbediening wel. Ging het om de afstand? Was het een dichtbijbediening? Nou ja, de televisie was in ieder geval uit. Ik draaide me zuchtend om om weer te gaan maffen en floep! Het toestel ging weer aan. Kwek, kwek, kwek, Goedemorgen Nederland of zoiets.

Ik hield mijn afstandsbediening vlak bij het rode oogje, en drukte op de uitknop. Er gebeurde niets. Ging het dus toch niet om de afstand? Ik posteerde me weer vierkant voor het scherm, en drukte nogmaals op de uitknop. Goedemorgen Nederland verdween. Godzijdank. Ik deed een stap in de richting van mijn slaapkamer, en hop, daar waren de pratende hoofdjes weer!

Nu moest ik eens goed nadenken, want dit was ál te absurd. Ik ging weer op de bank zitten, en bekeek de situatie. Daar stond mijn televisietoestel. Hier zat ik. Mijn afstandsbediening had geen enkel effect, behalve als… Als wat? Niet als ik dichterbij het toestel kwam. Soms wel, maar niet altijd. Er was dus een andere factor in het spel.

Ik besloot eens in mijn geheugen te graven naar alles wat ik over afstandsbedieningen wist. Hoe werkte zo’n ding eigenlijk? Ik groef diep, en dacht: volgens mij met infrarood licht.

Infrarood.

Ik tuurde over mijn linkerschouder, waar de grootste infraroodbron van ons zonnestelsel net boven de rand van de balustrade uitpiepte. De zonnestralen schenen loodrecht op het oogje van de televisie.

Ik nam nog even de proef op de som. Jawel: de keren dat de afstandsbediening wél had gewerkt, had ik het zonlicht geblokkeerd. Deed ik een stap opzij, dan zette de zon onmiddellijk mijn toestel weer aan. En mijn zwakke afstandsbedieninkje had niks in te brengen tegen die kolossale vuurspuwer die net aan zijn dagreis begon. Of de afstandsbediening werkte, had dus niks te maken met afstand, maar met schaduw!

De puzzelstukjes vielen één voor één op hun plaats. Alleen gedurende een paar weken in de lente en de herfst kwam de zon precies zo op, dat de horizontale stralen op het oog van de televisie vielen. Maar waarom floepte de televisie in die periode dan niet elke dag aan? Omdat het soms bewolkt is. En waarom niet altijd op precies dezelfde tijd? Omdat het altijd net iets eerder (lente) of later (herfst) dan de dag daarvoor licht werd.

Nadat ik nog een – voor buitenstaanders totaal onbegrijpelijk – dansje had uitgevoerd met mijn eigen schaduw, de afstandsbediening en Goedemorgen Nederland, zette ik de stand-by uit.

Veel beter voor het milieu, ook.


Categorie: