03/05

Graniet en nat zand

Droog zand is trouwens óók niet alles.

Schrijven is boetseren met taal. Of schilderen met taal. En het vreemde is: niemand neemt het de beeldhouwer kwalijk dat hij verstand heeft van graniet en marmer, van beitels, hamers, gutsen en vijlen. En niemand verwijt de schilder dat hij het verschil ziet tussen scharlaken, vermiljoen en magenta, en weet wanneer hij een kwast, een paletmes of een penseel moet gebruiken. Maar als ik uitleg waarom dáár een komma moet en híér een dt, ben ik een taalnazi.
Terwijl we in wezen hetzelfde doen. We proberen onze gedachten en emoties zo goed mogelijk uit te drukken in ontoereikende en weerbarstige materialen. En het is ons goed recht (of eerder onze plicht) om daarvoor alles uit de kast te halen.

Taalnazi
Toch is het wel logisch dat (tekst)schrijvers besmeurd worden met predicaten als ‘muggenzifter’, ‘haarklover’, ‘kniesoor’, ‘kommaneuker’ en het modernere ‘taalnazi’. Daar zijn twee redenen voor.

Twee redenen
De eerste reden is, dat niemand van jou en mij verwacht dat we dagelijks marmeren beelden of prachtige olieverfschilderijen produceren. Maar we verwachten wél dat iedereen zijn of haar moerstaal redelijk beheerst. Veel mensen doen dat niet. Zij voelen zich daardoor onzeker, en onzekerheid leidt vaak tot boosheid.

De tweede reden vloeit voort uit de eerste. Omdat taal ons verbindt en dus een code is die iedereen moet beheersen, valt er aardig wat te onderwijzen en uit te leggen. Als je weinig hebt met sculpturen of stillevens, kun je toch nog heel aardig functioneren. Maar als je geen benul hebt van taal, dan wordt het problematisch. Daarom leggen wij, taalkneders en
-schilders, alles zo ijverig uit. Sommige mensen ergeren zich daar geel en groen aan, en trakteren ons op scheldwoorden.

Maar zo lief
Maar we doen het niet uit mensenhaat, pestkopperij of vanwege een nare dwangstoornis, maar omdat we zo vreselijk van taal houden. En vreselijk is het, want er is geen materiaal zo weerbarstig en zo vloeibaar tegelijk. Maar zo lief.


Categorie: