02/05

Engels en Marx

Het zou wel héél toevallig wezen als er nooit iets bij toeval gebeurde. Ergo: toeval bestaat.

Ik lag op de bank een boek te lezen. Daar is niks toevalligs aan. Ik besteed het liefst zo veel mogelijk tijd op de bank met een boek. En met de televisie aan, want mijn hersenen moeten wel wat te dóén hebben. Als ik dan ook nog tegelijkertijd een kat kan aaien en iets kan eten of drinken, voel ik me helemaal senang.

Het televisionaire behang bestond die avond uit een BBC-quiz die niet door enkelingen maar door paren werd gespeeld. Een paar kon bestaan uit twee vrienden, buren, familieleden, echtgenoten – dat deed er niet toe. De spelleider stelde vragen waarop twéé antwoorden moesten komen. Bijvoorbeeld: ‘Hoe heetten de acteurs die de Dikke en de Dunne speelden?’ Dan was het de bedoeling dat de ene helft van het paar ‘Stan Laurel’ zei en de andere ‘Oliver Hardy.’ De volgorde deed er niet toe.

Er kwam meer bij kijken dan je denkt, want de helften van een paar stonden achter elkaar. De voorste (we noemen hem even John) moest als eerste een antwoord geven. Als hij beide antwoorden wist, moest hij bovendien zien te raden welk antwoord hij het beste voor de ander (we noemen haar even Sandra) kon overlaten. Omdat John Sandra niet kon zien, speelde lichaamstaal geen rol. De deelnemers moesten dus niet alleen veel weten, maar ook inschatten wat hun medestander wist.

Een geweldige quiz als behang, want het boek dat ik zat te lezen was – eerlijk gezegd – een beetje aan de saaie kant. Maar ja, ik vind nu eenmaal dat ik sommige boeken gelezen móét hebben, dus er zat weinig anders op: dit was mijn zelfgekozen huiswerk.

Op een gegeven moment vroeg de quizmaster: ‘Who were the authors of The Communist Manifesto?’ Met enig gevoel voor dramatiek (ik hóú van toeval!) keerde ik het boek om, zodat ik kon lezen wat er op de cover stond, en las hardop voor: ‘Karl Marx and Friedrich Engels’. Ik had beide antwoorden goed.

Het boek dat ik aan het doorworstelen was, was The Communist Manifesto.


Categorie: