Ghostwriting - waarom obscuur?
juni 2010 - Tekstkwaliteit
Waarom moet iemand per se zelf een boek schrijven?
Waarom moet iemand per se zelf een boek schrijven? Al mijn hele loopbaan als ghostwriter verbaas ik mij erover hoe tuttig en calvinistisch er in Nederland wordt gedacht over ghostwriting. Je kunt op je vingers natellen dat al die politici en andere beroemdheden dat boek niet zelf hebben geschreven. Waar zouden ze de tijd vandaan moeten halen? Dus huren ze een ghost in, om hun eigen, oorspronkelijke gedachten op papier (of e-reader) te krijgen.
Maar de goegemeente mag het niet weten. Uitgevers houden het dan ook strikt geheim dat er gebruik wordt gemaakt van ghostwriters. `Wie is de ghostwriter van Ayaan Hirsi Ali?’ vroeg Dirk van der Straaten* aan de uitgever. Die ontkende glashard dat zij een ghost had. Soms vermeldt een uitgever `dat er wel een redacteur aan heeft meegewerkt’. Op zich vind ik dit oké. Ghostwriting is iets dat in stilte moet gebeuren. Het gaat immers niet om de esprit van de ghost, maar om datgene wat de auteur (die op de kaft staat) te zeggen heeft. Die levert de input. De ghost laat zich inhuren door de auteur of de uitgever om die ideeën zo goed mogelijk over het voetlicht te krijgen. De ghost helpt de auteur om die inhoud te ordenen tot een interessant en leesbaar boek.
Het intellectuele eigendom hoort daarom ook bij de `echte’ auteur: degene die de eigenaar is van het eigen verhaal. De ghostwriter is een ambachtsvrouw die dit materiaal bewerkt. Om die reden zou ik zelf ook nooit royalties claimen bij een opdracht. Soms wordt het boek een bestseller, maar dan ben ik al lang keurig betaald voor de opdracht. Eerlijk gezegd ben ik er altijd heel trots op als een boek goed loopt: al die stapeltjes in de boekhandel - en dan te weten dat jij er zelf aan meegeschreven hebt! Ik heb er ook nooit een zuur gevoel over gehad. Dan had ik maar zelf een vette roman moeten schrijven of een slim managementmodel moeten bedenken.
De film The Ghostwriter van Roman Polanski zet het beroep weer eens in een bedenkelijk daglicht. Misschien komt die obscure reputatie van ons beroep toch wel door die geheimhouding. Sommige auteurs - die voldoende zelfvertrouwen hebben en toch wel weten dat zo’n boek er niet gekomen zou zijn als zij zelf niet dat goede verhaal hadden - vertellen openlijk dat zij een ghostwriter hebben ingezet. Maar meestal blijft het een geheim - en terecht. Want wie de ghost is, is hooguit interessant voor uitgevers die een goeie zoeken...
Klazien Laansma
*Dirk van der Straaten organiseerde op 6 mei 2010 een interview over ghostwriting (met mij) als voorproefje op de filmvertoning van Polanksis film hierover.
Maar de goegemeente mag het niet weten. Uitgevers houden het dan ook strikt geheim dat er gebruik wordt gemaakt van ghostwriters. `Wie is de ghostwriter van Ayaan Hirsi Ali?’ vroeg Dirk van der Straaten* aan de uitgever. Die ontkende glashard dat zij een ghost had. Soms vermeldt een uitgever `dat er wel een redacteur aan heeft meegewerkt’. Op zich vind ik dit oké. Ghostwriting is iets dat in stilte moet gebeuren. Het gaat immers niet om de esprit van de ghost, maar om datgene wat de auteur (die op de kaft staat) te zeggen heeft. Die levert de input. De ghost laat zich inhuren door de auteur of de uitgever om die ideeën zo goed mogelijk over het voetlicht te krijgen. De ghost helpt de auteur om die inhoud te ordenen tot een interessant en leesbaar boek.
Het intellectuele eigendom hoort daarom ook bij de `echte’ auteur: degene die de eigenaar is van het eigen verhaal. De ghostwriter is een ambachtsvrouw die dit materiaal bewerkt. Om die reden zou ik zelf ook nooit royalties claimen bij een opdracht. Soms wordt het boek een bestseller, maar dan ben ik al lang keurig betaald voor de opdracht. Eerlijk gezegd ben ik er altijd heel trots op als een boek goed loopt: al die stapeltjes in de boekhandel - en dan te weten dat jij er zelf aan meegeschreven hebt! Ik heb er ook nooit een zuur gevoel over gehad. Dan had ik maar zelf een vette roman moeten schrijven of een slim managementmodel moeten bedenken.
De film The Ghostwriter van Roman Polanski zet het beroep weer eens in een bedenkelijk daglicht. Misschien komt die obscure reputatie van ons beroep toch wel door die geheimhouding. Sommige auteurs - die voldoende zelfvertrouwen hebben en toch wel weten dat zo’n boek er niet gekomen zou zijn als zij zelf niet dat goede verhaal hadden - vertellen openlijk dat zij een ghostwriter hebben ingezet. Maar meestal blijft het een geheim - en terecht. Want wie de ghost is, is hooguit interessant voor uitgevers die een goeie zoeken...
Klazien Laansma
*Dirk van der Straaten organiseerde op 6 mei 2010 een interview over ghostwriting (met mij) als voorproefje op de filmvertoning van Polanksis film hierover.
