Hoe beoordeel je de kwaliteit van teksten?
maart 2010 - Tekstkwaliteit
Kwaliteit van teksten beoordelen is een vak apart. Gelukkig zijn er `instrumenten’ waarmee het prima lukt.
Een uitstekend beoordelingsinstrument voor de kwaliteit van teksten is dat van prof. dr. Jan Renkema (Universiteit van Tilburg). Zijn CCC-model is te vinden in zijn ’Schrijfwijzer’, hét naslagwerk voor taal- en spellingsvraagstukken. Onlangs heeft Renkema zijn model uitgebreid met drie extra C’s. (Klazien Laansma)Renkema’s nieuwste C’s staan voor Communicatie, Creativiteit en Concept. Voor het beoordelen van teksten door professionals kan Beroepsvereniging Tekstnet hiermee beter uit de voeten. Een goede tekstschrijver moet juist op die onderdelen hoog scoren.
Beroepsvereniging Tekstnet heeft haar strenge toelatingstoets dan ook geënt op het CCC-model. Alle tekstschrijvers van Klare Taal zijn gekwalificeerde Tekstnetleden. In de beroepsgroep is dit inmiddels een soort keurmerk.
Overigens vindt ook Renkema ‘pre-testen’ de beste manier om te zien of een tekst ook echt werkt: leg een tekst voor aan mensen die tot de doelgroep behoren!
Het CCC-model:
Correspondentie Consistentie Correctheid
A. Teksttype 1. Geschiktheid 2. Genrezuiverheid 3. Toepassing genreregels
B. Inhoud 4. Voldoende 5. Overeenstemming 6. Juistheid van
informatie tussen feiten gegevens
C. Opbouw 7. Voldoende 8. Consequente 9. Correcte
samenhang opbouw verbindingswoorden
D. Formulering 10. Gepaste 11. Eenheid van 12. Juiste zinsbouw formulering stijl en woordkeus
E. Presentatie 13. Gepaste 14. Afstemming tekst 15. Correcte spelling
presentatie en vormgeving en interpunctie
Beroepsvereniging Tekstnet heeft haar strenge toelatingstoets dan ook geënt op het CCC-model. Alle tekstschrijvers van Klare Taal zijn gekwalificeerde Tekstnetleden. In de beroepsgroep is dit inmiddels een soort keurmerk.
Overigens vindt ook Renkema ‘pre-testen’ de beste manier om te zien of een tekst ook echt werkt: leg een tekst voor aan mensen die tot de doelgroep behoren!
Het CCC-model:
Correspondentie Consistentie Correctheid
A. Teksttype 1. Geschiktheid 2. Genrezuiverheid 3. Toepassing genreregels
B. Inhoud 4. Voldoende 5. Overeenstemming 6. Juistheid van
informatie tussen feiten gegevens
C. Opbouw 7. Voldoende 8. Consequente 9. Correcte
samenhang opbouw verbindingswoorden
D. Formulering 10. Gepaste 11. Eenheid van 12. Juiste zinsbouw formulering stijl en woordkeus
E. Presentatie 13. Gepaste 14. Afstemming tekst 15. Correcte spelling
presentatie en vormgeving en interpunctie
